Nestkastje ophangen

Nestkastje ophangen

Heb je een nestkastje in je tuin hangen maar wil het niet lukken om er vogels in te krijgen? Je bent zeker niet de enige. Vogels zijn vrij kieskeurig en willen alleen de allerbeste plekjes. Met deze 10 tips voor het ophangen van een nestkastje zorg je er voor dat er ook in jouw nestkastje vogeltjes worden grootgebracht.

  1. Hang de invliegopening naar het noorden, noordoosten of oosten. Zo zorg je er voor dat hij uit de wind, regen en zon hangt.

  2. Hang hem op een rustige plaats. Vogels houden niet van te veel activiteit rondom hun nest. Naast de voordeur of boven het terras zijn wat dat betreft minder ideaal.

  3. Let bij het ophangen ook op de beplanting. Beplanting rondom de kast helpt jonge vogels bij hun eerste vlucht en geeft ze fysieke ondersteuning en goede beschutting. Let er wel op dat er geen takken of andere obstacels recht voor de invliegopening hangen.

  4. De ideale ophanghoogte is 1,5 tot 2 meter van de grond. Voor grondvogels is het eerder 1,5 meter, voor andere is 2 meter geschikter. Zo zorg je ervoor dat katten en andere roofdieren niet bij de kast kunnen komen.

  5. Meerdere nestkasten naast elkaar is meestal geen goed idee. Kasten voor verschillende soorten, bijvoorbeeld pimpelmees en koolmees, moeten minimaal drie meter uit elkaar hangen. Kasten voor dezelfde soort moeten minimaal tien meter uit elkaar hangen. Veel vogels hebben in de broedtijd een territorium. Nestgelegenheden dicht bij elkaar leiden tot onderlinge ruzie en dat kost onnodig veel energie.

  6. De uitzondering op deze regel geldt voor de koloniebroeders. Huismussen en zwaluwen zitten liever wel bij elkaar. Heb je bijvoorbeeld huismussen in de tuin, hang dan wel meerdere kasten naast elkaar.

  7. De beste periode om een nestkast op te hangen is gek genoeg het najaar. Vogels zijn dan namelijk al op zoek naar goede plekjes voor een nest. Daarnaast maken ze graag gebruik van neskastjes om te schuilen tegen de regen en de kou. De kans id groot dat als er een vogel af en toe overwintert in jouw kastje, dat hij in het voorjaar langs komt om zijn nestje te bouwen. 

  8. Nestkastje half openKastjes voor holenbroeders zoals het roodborstje en de merel zijn halfopen en daardoor minderbeschermt dan andere kastjes. Zorg ervoor dat deze goed beschut zijn door ze bijvoorbeeld in een klimpop te plaatsten of in een heg.

  9. Kies een nestkast op basis van de vogels die je in je tuin hebt. Elke vogel heeft een bepaalde voorkeur voor een inliegopening. Als je veel pimpelmezen in de tuin hebt, kies dan voor 28 mm. Koolmezen hebben liever 32 mm als inliegopening. Kijk hier voor meer informatie over de invliegopeningen van nestkasten.

  10. Verplaats de nestkast wanneer deze twee broedseizoenen onbewoond blijft. Houd daarbij deze tips in je achterhoofd, dan komt het zeker goed!

Bekijk onze nestkasten

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt Vivara gebruik van cookies. Bezoekt u onze website, dan gaat u hiermee akkoord. Lees meer over cookies