Wintervogels: Spreeuwen, kauwtjes en een zingende roodborst

Een bericht van Nico de Haan

wintervogels

Ineens zijn ze er weer, de deelnemers van het jaarlijkse spreeuwenslaapclubje dat tegen de schemer een kwartier lang korte rondvluchtjes boven onze wijk uitvoert en dan, als het bijna donker is, zich in een conifeer of den laat vallen. Het zijn er elk jaar maar een stuk of dertig, nooit veel meer, nooit veel minder. Hoe werkt dat nou? Spreeuwen worden niet zo oud dus moet er iets van overlevering plaatsvinden. Waarom komen er van al die honderdduizenden spreeuwen die in ons land verblijven elk jaar in de wintermaanden een stuk of dertig hier slapen? Hoe zou je nou lid van zo’n club kunnen worden en zouden ze ook aan ballotage doen? Voorlopig houden ze dat nog geheim. 

Luchtdansende kauwen

Als ik zou kunnen reïncarneren dan lijkt me een kauwenleven eigenlijk wel wat. Als je in de buurt komt van grote gebouwen en er zeilt zo’n kauwentroep rond dan kan ik gewoon niet doorlopen. Kauwen vliegen volgens mij niet omdat ze ergens naartoe moeten, nee ze vliegen omdat ze nergens heen willen. Vooral als er een stevige wind waait en de zon schijnt dan is het pas echt kauwenfeest. Ze laten zich optillen door de stijgende wind, dwarrelen een ogenblik later in een valwind als bladeren naar beneden en zwiepen dan weer met een grote zwaai de lucht in. En… alles samen, twee aan twee want er is geen vogel zo trouw aan zijn vrouw als een kauw! Tijdens deze vliegshows wordt er druk ‘gekauwd’ en dat varieert van korte ‘ka ka’-kreetjes tot supersnelle staccato reeksen. Kauwen kijken, we kunnen het niet vaak genoeg doen!

In de ban van de roodborst

Het is nog donker als ik om een uur of zeven mijn vaste ochtendrondje fiets. Op wat autogedruis na is het stil, de meeste mensen en vogels slapen, hier en daar brand licht in de huiskamers. De lantaarns branden nog en onder een van die lantaarns hoor ik zachtjes een roodborst zingen. Ik stap af om te kijken waar het geluid vandaan komt. De roodborst zit heel dichtbij, op nog geen meter afstand en toch duurt het even voor ik de vogel ontdek in het gele schijnsel van de lantaarn. De roodborst zingt gewoon door. Ik ben niet relevant en dat is fijn als het om vogels gaat. Meneer of mevrouw, dat weet je bij een roodborst nooit, zingt heel bescheiden en zachtjes. Een opgewonden voorjaarsroodborst spert zijn snavel tijdens de zang zo ver mogelijk open, want iedereen moet het horen. Nu gaat de snavel maar een klein kiertje open, het lijkt wel of hij alleen voor zichzelf voor zich uit zit te mijmeren. De keelveertjes trillen ritmisch mee en de zwarte kraaloogjes glimmen. Ik wil niet meer verder, ik wil altijd en eindeloos blijven luisteren naar dit tere roodborstlied.